Eiwitten
Eiwiten zijn, net als koolhydraten en vet, een voedingsstof. Eiwit levert calorieën en aminozuren. Aminozuren zijn bouwstenen voor het eiwit in lichaamscellen. Sommige aminozuren kan het lichaam zelf maken. Andere moeten uit het eten komen. Deze aminozuren heten essentiële aminozuren.
Eiwitten zijn ook betrokken bij veel regelprocessen in het lichaam en spelen ook een rol bij het transport van stoffen in het bloed en in de cellen. Sommige cellen bevatten zogenaamde "receptoreiwitten" deze eiwitten spelen een rol bij de overdracht van signalen.
Er zijn dierlijke en plantaardige eiwitten. Dierlijke eiwitten zitten vooral in vlees, vis, melk, kaas en eieren, maar kunnen ook in andere producten zitten, zoals in snacks, koek en gebak. Plantaardige eiwitten zitten vooral in brood, graanproducten, peulvruchten, noten en paddenstoelen. Dierlijk eiwit bevat voldoende van alle essentiële aminozuren. Bij plantaardig eiwit verschilt dat per product. Het lichaam kan dierlijke eiwitten makkelijker gebruiken omdat deze beter aansluiten bij de lichaams eigen eiwitten. Zuivel, vlees en vis zijn daarom goede eiwitbronnen voor het lichaam.
Energie
De energie die eiwitten bevatten worden voornamelijk gebruikt voor het onderhoud van lichaamscellen en spieren. Bij een tekort aan koolhydraten (glucose) kan het omgezet worden in glucose maar deze omzetting vergt veel energie.
Balans
Normaal gesproken heb je tussen de 10 en 25 procent eiwitten nodig
afhankelijk van je lichamelijke behoefte, de eiwitbehoefte neemt
toe bij bewegen (sport, training).
Een gezond iemand met een middelmatige energiebehoefte heeft genoeg aan
15 tot 20% eiwitten.
Te veel
Als je meer eiwit eet dan je lichaam nodig heeft worden de overtollige
aminizuren uitgeplast.
Dit is een extra belasting van je nieren.
Te weinig
Een tekort aan lichaams-eigen eiwit kan leiden tot diverse kwalen zoals vermoeidheid, verlies van spiermassa en haaruitval.