Voedingswaarde
We hebben gezien in voorgaande pagina's waar koolhydraten, vetten en eiwitten voor dienen en hoeveel we er procentueel van nodig hebben ten opzichte van de totale energiebehoefte uitgedrukt in kcal.
In de voedingswaardetabel staat van ieder product de hoeveelheid energie vermeld in kcal en de hoeveelheid koolhydraten, vetten en eiwitten in grammen.
Om te weten hoeveel energie iedere voedingsstof afzonderlijk levert moeten we dit vermenigvuldigen met de voedingswaarde.
koolhydraten en eiwitten leveren ongeveer 4 kcal per gram aan energie, voor vetten is dit ongeveer 9 kcal per gram.
Volkorenbrood levert per 100 gram (ongeveer 3 sneetjes) 246 kcal en bevat aan koolhydraten 43,5 gram, aan vetten 2,6 gram en aan eiwitten 8,4 gram.
Ofwel aan energie van koolhydraten = 43,5 x 4 = 174 kcal
aan energie van vetten = 2,6 x 9 = 23,4 kcal
en aan energie van eiwitten = 8,4 x 4 = 33,6 kcal.
Om een goed overzicht te krijgen van de hoeveelheid energie die je gemiddeld tot je neemt en hoe de verhouding van de verschillende voedingsstoffen is moet je dat van een gemiddelde week eens bijhouden.
Schrijf alles op wat je eet en drinkt plus de hoeveelheden, ook alle tussendoortjes en snoepjes.
Als je dan ook je gewicht aan het begin en eind van de week meet dan kan je uitrekenen of de gemiddelde hoeveelheid te veel, te weinig of ongeveer goed is.
Daarna kan je uitrekenen of de balans van de voedingsstoffen goed is.